Blog Hendrik-Jan van Arenthals: Goed gesprek

7 juli, 2016

Wat was het een drukke week geweest! Ze had ingevallen voor een zieke collega en iets te veel vergaderd zo tegen het einde van het jaar. Daarbij nam natuurlijk niemand haar nakijkwerk over. Voor al haar leerlingen had ze een certificaat gemaakt, een dikke persoonlijke pluim voor wat ze bij haar in de lessen gepresteerd hadden, dit schooljaar. Alleen had ze op school echt geen tijd meer voor die tientallen prints. Dat moest maar even thuis. Bij de kopieermachine deed ze daarom een pak papier in haar tas. Half vijf, eindelijk weekend… Een mededocent zag het pak in haar tas verdwijnen. Wat moest hij nu? Enfin, ze zal er wel een goede reden voor hebben. En het was vrijdag, dus niemand had meer zin in gedoe, toch?

Een van de thema’s waar we op Scalda dit jaar bij stilstaan, is integriteit. Het lijkt iets vanzelfsprekends en toch is het een lastig onderwerp. In diverse teams heb ik er met collega’s over gesproken. Dat is altijd geanimeerd wanneer je met elkaar voorbeelden uit de praktijk bespreekt. We werken met geld van de samenleving, publieke middelen. Iedereen begrijpt wel dat je je niet zo maar iets kunt toe-eigenen. Maar kun je wel zonder meer gereedschap gebruiken van school? Kun je als leidinggevende zaken doen met een bedrijf waar Scalda ook zaken mee doet? Mag je thuis een kostbaar relatiegeschenk aannemen? Iemand kende een organisatie waar vlak voor de zomer de koffiebekertjes en roerstaafjes verdwenen; handig voor de camping. En dan hebben we het natuurlijk ook nog over integriteit in relaties.

Iedereen is het er wel over eens dat het vooral gaat om het gesprek. We moeten elkaar aanspreken op gedrag. We willen op Scalda immers werken vanuit onze waarden? In de teams willen de collega’s dat gesprek vooral onderling aangaan. Er zijn er maar weinigen onder ons die geloven in een ‘wetboek’, met regels en misschien zelfs sancties bij overtreding daarvan. Maar tegelijk, wanneer ik vraag wat men ervan vindt dat hetzelfde gedrag in het ene team totaal anders wordt behandeld dan in het andere, is de reactie meestal dat dat toch eigenlijk ook niet kan. En dat betekent weer dat je schoolbreed dan misschien geen wetboek wil, maar toch iets zult moeten organiseren. We denken bijvoorbeeld aan het aanleggen van een dossier van integriteitskwesties uit onze praktijk en hoe we daarmee zijn omgegaan.

Het belangrijkste is natuurlijk hoe een code of een dossier of welk instrument dan ook ons bewustzijn en ons gesprek over integriteit kan stimuleren. In het najaar evalueren we onze integriteitscode.

En wat de collega met haar certificaten betreft; een goede regel voor gedrag is misschien: zou het wat jou betreft in de krant mogen staan? Het is duidelijk dat deze collega goed bezig was, in het belang van haar studenten en van de school. Het enige dat ze had moeten doen, was even haar teamleider vooraf hierin betrekken. De mededocent had haar natuurlijk moeten aanspreken. Door het goede gesprek komen we samen verder.