Blog Hendrik-Jan van Arenthals: Campus Zeeland

22 maart, 2017

Op mijn oude school noemden ze het terrein aan het Weyevlietplein wel eens liefdevol hun ‘campus’. De twee gebouwen, die ze toen nog met Vlissingse no nonsens ‘gebouw A’ en ‘gebouw B’ noemden, staan nog steeds op een eigen, ruim en groen terrein. Ik heb het altijd als een voordeel gezien: alles dicht bij elkaar, maar toch gescheiden, een goed doordachte LAT-relatie van havo-vwo en vmbo. Als student heb ik zelf op enkele ‘campussen’ rond gelopen: De Uithof in Utrecht en daarna Windesheim in Zwolle, kenniscentra aan de rand van grote steden.

Toen de kreet ‘Campus Zeeland’ voor het eerst in onze provincie klonk, wilde ik die natuurlijk goed begrijpen. Daarom ben ik als Neerlandicus eerst te rade gegaan bij de letterlijke oorsprong. Een campus is een ‘open ruimte,’ een ‘veld.’ Dat begrijp ik uiteraard. In Zeeland is er veel ‘open ruimte’, al moeten we die soms met hand en tand verdedigen tegen oprukkende vakantieparken en toeristeneilanden. En ja, er is in ons platteland inderdaad ook veel ‘veld’. Zeeuws-Vlaanderen is bijvoorbeeld volgens Europese normen de enige echt rurale regio in Nederland. En tenslotte, wanneer we kijken naar bevolkingsaantallen, ontstaat er hier ook nog eens steeds meer ‘open ruimte’. Maar nee, dat konden de bedenkers van dit nieuwe fenomeen toch onmogelijk bedoeld hebben met ‘Campus Zeeland’. Ik moest dus verder zoeken.

Het woord ‘campus’ heeft namelijk in de loop de tijd de betekenis gekregen van een universiteitsterrein, oorspronkelijk met name een Amerikaans verschijnsel. Onze mooie provincie als één groot universiteitsterrein. Daar moest ik ook even over nadenken. Ik bladerde in een rapport over de grote economische betekenis voor de regio van ‘de Roosevelt’. Vervolgens in de CBS-cijfers over de het gemiddelde opleidingsniveau in Zeeland. Niet voor niks is het mbo de ruggengraat van de provincie. En ik besloot dat ook hier het begrip ‘Campus Zeeland’ toch onmogelijk vandaan kon komen.

Maar ik dacht weer eens niet genoeg na. Want we hebben in Zeeland natuurlijk nog een universiteit, eentje voor ‘applied sciences’. Hoe kon ik dat nu vergeten. Hopelijk nemen mijn hbo-collega’s mij dat niet kwalijk. En plots wist ik ook waar die ‘Campus’ in Zeeland is: in Vlissingen, dicht bij mijn oude school, net aan de andere kant van het kanaal. Ga maar na. Aan de Edisonweg ligt de ‘Kenniswerf’ van Zeeland, met een universiteit (HZ), innovatieve bedrijven, Dok 41, moderne praktijkvoorzieningen zoals Technum en het College voor Techniek en Design van Scalda. Het leek haast te mooi om waar te zijn.

Zelfs toen ik dacht uiteindelijk alles te snappen, bleek ik het nog mis te hebben. Er gaat verhuisd worden. Middelburg is de Zeeuwse hoofdstad, adel verplicht, wie betaalt bepaalt en als het regent, regent het van boven.

Alle gekheid op een grote stok: Campus Zeeland is eenvoudig gezegd de versterking van de samenhang binnen de hele Zeeuwse kennisinfrastructuur (onderwijs en onderzoek) en van de samenhang met de Zeeuwse economie. Scalda is daar als grootste onderwijsinstelling een belangrijk onderdeel van. Natuurlijk springen bepaalde onderdelen ervan in het oog, omdat het gaat om nieuwe voorzieningen of zelfs instituten. Maar het gaat uiteindelijk om de kwaliteit van ons onderwijs in de volle breedte. Wij steunen de ontwikkelingen van harte. Zo lang die breedte maar goed naar voren blijft komen. En dan mag het gerust ‘campus’ blijven heten…