Schoolkosten

Sinds schooljaar 2020-2021 geldt er een nieuwe regeling voor schoolkosten in het mbo. Scalda heeft haar beleid aangepast aan de nieuwe regeling. In de nieuwe regeling wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde ‘basisuitrusting’ en onderwijsbenodigdheden voor persoonlijk gebruik.

Basisuitrusting

De basisuitrusting betreft alle spullen (inclusief gereedschappen) die je op school gebruikt om je opleiding te volgen en examen te doen. Die basisuitrusting wordt door de school ter beschikking gesteld aan studenten die dat willen. Studenten die deze spullen in eigendom willen hebben, kunnen ervoor kiezen om deze zelf aan te schaffen.

Onderwijsbenodigdheden voor persoonlijk gebruik

De aanschaf van onderwijsbenodigdheden voor persoonlijk gebruik (zoals boeken, softwarelicenties, een laptop, werkkleding- en schoenen, sportkleding- en schoenen) is voor rekening van de student. In de zomervakantie ontvang je bericht waarbij onder andere wordt aangegeven waar je je leermiddelenlijst voor aankomend schooljaar kan vinden. Op de website onder opleidingen, is per opleiding en leerjaar een indicatie van de kosten weergegeven.

Waaruit bestaan de schoolkosten en wie moet wat betalen?

Scalda vindt dat goed mbo-onderwijs toegankelijk moet zijn voor alle mensen die daar gebruik van willen maken. Daarom gaan we zorgvuldig om met schoolkosten, door alleen die zaken voor te schrijven die noodzakelijk zijn voor de opleiding en die gedurende de opleiding daadwerkelijk gebruikt worden. Bol-studenten en hun ouders/verzorgers die de schoolkosten niet kunnen betalen, kunnen onder bepaalde voorwaarden een beroep doen op het Steunfonds Studiekosten.

Scalda betaalt de volgende schoolkosten:

  1. De basisuitrusting. Dit betreft alle spullen (inclusief gereedschappen) die je op school gebruikt om je opleiding te volgen en examen te doen. Scalda heeft bepaald dat (delen van) de basisuitrusting niet buiten school mogen worden gebruikt
  2. Kosten die onderdeel uitmaken van het kwalificatiedossier en waar Scalda zelf voor lessen, examinering en diplomering kan zorgen.
  3. Algemene Softwarelicenties en voor toetsing en examinering.
  4. Kosten die verbonden zijn aan de Beroeps Praktijk Vorming/stage zoals informatiemiddelen, beoordelingsinstrumenten, programma’s en software.

De student betaalt de volgende schoolkosten:

  1. Wettelijk verplicht les- of cursusgeld
  2. Vrijwillige bijdragen. Dit betreffen kosten voor bijvoorbeeld activiteiten of overige diensten als de huur van een kluisje. De kosten zijn vrijwillig en niet noodzakelijk voor het volgen van de opleiding en het behalen van een diploma. De eventuele extra activiteiten hebben wel een meerwaarde voor je opleiding. Indien niet wordt deelgenomen aan de activiteit kan sprake zijn van een vervangende opdracht.
  3. Onderwijsbenodigdheden voor persoonlijk gebruik zoals readers, werkboeken, digitaal leermateriaal, specifieke softwarelicenties, een laptop, werkkleding- en schoenen, sportkleding- en schoenen. Scalda mag wel specificaties voorschrijven, maar geen specifiek merk. Je hebt keuzevrijheid hoe en waar je aanschaft. Dit geldt ook voor onderwijsbenodigdheden voor leren in de praktijk.
  4. Externe audits, toetsen, examens, diploma’s die verplicht onderdeel uitmaken van de opleiding. Ze worden als wettelijke beroepsvereisten in het kwalificatiedossier genoemd.
  5. Externe audits, toetsen, examens, diploma’s die niet verplicht onderdeel uitmaken van de opleiding. Ze worden dus niet als wettelijke beroepsvereisten in het kwalificatiedossier genoemd. Ze zijn van belang om bijvoorbeeld Beroeps Praktijk Vorming/stage te kunnen/mogen doen.

Afhandeling van klachten over schoolkosten gebeurt via de algemene klachtenregeling van Scalda.