Beeldscherm van laptop met codetaal

GrensRegioeren met de ArbeidsMarkt (G.R.A.M.)

G.R.A.M. bouwt aan een duurzaam Vlaams en Nederlands werkveld waar rekening gehouden wordt met regionale arbeidsmarkt prioriteiten. Door het creëren van een sterke verbinding tussen werken en leren ontwikkelen studenten cruciale competenties die direct en blijvend inzetbaar zijn in de arbeidsmarkt in transitie.

Doelstellingen project

In het G.R.A.M. project beogen de projectpartners een innovatief opleidingsconcept uit te werken dat ervoor zorgt dat studenten uit de opleidingen techniek en ICT van Scalda en Syntra West met sterkere transversale vaardigheden tot de arbeidsmarkt toetreden. Transversale vaardigheden zijn vakoverschrijdende competenties zoals communicatie, samenwerken en projectmanagement. In onze huidige arbeidsmarkt maken deze transversale vaardigheden het verschil:

  • Slim en creatief omgaan met technologie en digitalisering;
  • om op ondernemende wijze nieuwe diensten en innovatieve oplossingen voor actuele problemen te bedenken;
  • om multidisciplinair samen te werken.

Digitalisering, automatisering en energie & klimaat dagen bedrijven en al zeker MKB’s/KMO’s uit om hun bedrijfsvoering te actualiseren en te optimaliseren. Het vergt vaak onderzoek/ experimenteren/prototyping om te komen tot oplossingen of vernieuwingen. Sommige bedrijven hebben hiervoor niet altijd de ruimte om hier over na denken en bij te leren. Dankzij het uitbesteden van leer- en innovatievraagstukken kunnen studenten deze bedrijven ondersteunen bij hun innovatieve doelstellingen. Studenten kunnen ook een bijdrage leveren aan maatschappelijk geënte doelstellingen.

Regioleren concept als basis voor een DOE leeromgeving

De projectpartners bouwen een leeromgeving waarbij het concept RegioLeren de basis vormt. Regioleren betekent dat beroeps-authentieke opdrachten verzameld worden uit het regionale werkveld. Die beroeps-authentieke opdracht kan een standaard klus zijn die wordt uitbesteed aan een student ter bevordering van het leren. Of een complex vraagstuk zijn waarop de opdrachtgever zelf

het antwoord niet kent, en waar een multidisciplinaire groep studenten oplossingen voor gaat bedenken. De opdrachten worden gescreend op de benodigde competenties en worden onderwerp van een leerofferte, waar de leerdoelstellingen en verwachte uitkomst in vermeld worden. De leerofferte wordt vervolgens gematcht met de leerbehoefte van de student(en). De leerbehoefte wordt vooraf bepaald aan de hand van een basismeting tijdens de intake van de student. Bij de intake wordt gevraagd naar de loopbaanwensen en de hiertoe aanwezige versus wenselijke competenties. Vervolgens begeleidt een docent-coach de studenten, waarbij gewerkt wordt met Scrum. Experts worden ingezet voor het aanreiken van knowhow die studenten vervolgens toepassen in de uitwerking. De studenten leveren werk in tussentijdse sprints op (klantoplevering/review). En via tussentijdse retrospectief momenten reflecteren studenten op hun individuele competentie ontwikkeling en/of teamsamenwerking.  

Het competentiepaspoort voor de validatie van skills

De uiteindelijke competentieverwerving wordt verankerd in een competentiepaspoort. Dat is een transparant en digitaal ontsloten skills-paspoort waarin de arbeidsmarktrelevante skills van de student opgesomd worden. De validatie van de skills gebeurt via open recognition door de opdrachtgever van de beroepsauthentieke opdracht(en) en de begeleidende coach. Eventueel leveren peers (mede-studenten) ook feedback. Het systeem van open recognition maakt het mogelijk om waarde toe te kennen aan levenslang leren. De student is daardoor in staat om een duidelijk en actueel competentieoverzicht te delen met de arbeidsmarkt.

Community of practice als vliegwiel voor de ontwerpers / uitvoerders

Grensoverschrijdend wordt een Community of Practice met alle betrokken actoren georganiseerd. De Community of Practice gaat aan de slag met inhoudelijke en praktische leervragen die uit de pilottrajecten ontstaan. De groep bestaat uit de docent-ontwerpers/uitvoerders, aangevuld met experts en stakeholders (bedrijven/opdrachtgevers). Community of Practice helpt het regioleren concept te verfijnen totdat het een succesverhaal wordt voor alle betrokken partijen (studenten, bedrijven, school en student). Een externe facilitator helpt het ontwerpteam met concrete leervragen die ontstaan tijdens het ontwerp of de uitvoering. Deze professionaliseringsformule moet leiden tot het concreet maken van de opgedane leeropbrengsten van de ontwerpers/uitvoerders. Dit kan vervolgens andere partijen helpen bij het ontwerpen van een leeromgeving gebaseerd op regioleren.

Proof of concept ontwikkelen

Het G.R.A.M. project beoogt een internationale proeftuin te ontwikkelen waarin pilottrajecten op gebied van digitalisering, circulaire economie, energie en klimaat, gezamenlijk worden uitgerold. Het doel is een Proof of Concept te ontwikkelen rond flexibel regioleren en open erkenningsmechanismen van competenties zoals het competentiepaspoort. Een gevalideerde haalbaarheidsstudie ligt aan de basis van de verdere opschaling van (internationaal) regioleren.

Projectbetrokkenen

De betrokkenen vanuit Scalda in dit project zijn het ontwerp & coachteam van de leeromgeving, Rene Mondriaan (teamleider en lid klankbordgroep), Veronique van de Reijt (directeur en lid van de stuurgroep) en Rebecca Boelens (projectleider).

Partners

De partners in het project zijn Syntra West-Vlaanderen, UNIZO West Vlaanderen en Scalda. Hogeschool Zeeland en Hogeschool West-Vlaanderen hebben zich geëngageerd voor een supporting rol.

Logo project grensleren met de arbeidsmarkt gram
Logo interreg vlaanderen nederland
Logo syntra project gram
Logo Unizo project gram
Omhoog