Blog Hendrik-Jan van Arenthals: Cijfers

19 februari, 2018

Natuurlijk zijn ‘cijfers’ niet alleenzaligmakend. Op de opleiding leerde je dat je ervoor moest zorgen dat je leerlingen intrinsiek gemotiveerd waren en niet alleen werkten ‘voor een cijfer’. Je moest zo binnen de school een ‘cijfercultuur’ tegengaan. Ook waar het gaat om ons beleid als school en wat daar van terecht komt, vinden we binnen Scalda ‘het verhaal achter de cijfers’ belangrijk. In het Nederlandse maaiveld staren we ons, zoals ik eerder heb betoogd, wat al te vaak blind op allerlei lijstjes, zonder goed oog te hebben voor de context en de nuance.

Als het goed is, vormen cijfers een bevestiging of onderbouwing van wat we eigenlijk al weten. Zoals bijvoorbeeld het rapport waaruit bleek dat een tolvrije Westerscheldetunnel gunstig is voor de Zeeuwse economie. Soms zijn cijfers een aanleiding voor een gesprek. Nu en dan maken ze je attent op een blinde vlek in je waarneming. We weten gelukkig veel meer dan dat we meten. Maar cijfers, onderzoeken en rapportages, blijven wel erg nodig als gemeenschappelijke basis voor beleid, als collectief referentiekader.

In 2011 al, dat is nu zeven jaar geleden, kwam KPMG met het alarmerende rapport De Zeeuwse Uitdaging, waarin werd voorspeld dat zonder echt samen te werken het grootste deel van de Zeeuwse scholen voor voortgezet onderwijs binnen afzienbare tijd financieel in de problemen zou komen. De leerlingenprognoses die aan dat rapport ten grondslag lagen, gebaseerd op landelijke cijfers, werden echter niet door alle schoolbesturen erkend. Om echt gezamenlijk beleid te kunnen ontwikkelen werd Scoop, nu het Zeeuws Planbureau van ZB, gevraagd om namens het Zeeuwse onderwijs prognoses op te stellen. Na het rapport van het basisonderwijs verscheen in 2012 de editie Goed Voortgezet voor vo en mbo, gevolgd door een update in 2015. Ze waren ‘van ons en door ons’, met oog voor de specifiek Zeeuwse context.

De rapporten van ZB Planbureau vormen sindsdien de cijfermatige basis voor heel het onderwijsbeleid in Zeeland, zoals dat anticipeert op en omgaat met daling van leerlingenaantallen. Over de cijfers is eigenlijk nauwelijks nog discussie, iets om ons eigen Zeeuwse onderzoeksinstituut dankbaar voor te zijn.

De cijfers gingen in de genoemde rapporten gepaard met niet mis te verstane conclusies en aanbevelingen, verwoord door onderzoekers die nu nog steeds van zich laten horen. Die boodschap was niet altijd leuk om te horen, als onderwijsbestuurder. Iedereen is nu eenmaal gehecht aan datgene waarvoor hij primair verantwoordelijk is en boven je eigen grenzen uitstijgen valt niet mee. Maar achteraf zal menigeen moeten toegeven dat de adviezen veel hout sneden en dikwijls nu de facto alsnog worden opgevolgd.  

‘De cijfers liegen niet’, zeggen ze. Maar natuurlijk valt er op cijfers vaak wel iets af te dingen. Zo is de ‘grensoverschrijding’, de trek naar kinderopvang en basisschool in België vanuit Zeeuws-Vlaanderen, van invloed op onze prognoses. Dat doet echter niets af aan het grote belang van onderzoek voor ons Zeeuwse beleid, in het onderwijs en daarbuiten. De boodschap blijft hetzelfde. De impact op ons beleid blijft dat eveneens. Kort gezegd: we hebben de ‘cijfers’, ook die van ons Zeeuwse onderzoeksinstituut, nodig om het ‘verhaal achter de cijfers’ goed te kunnen blijven vertellen.