Blog Hendrik-Jan van Arenthals: Bereikbaarheid: Luctor et vertura

2 juli, 2018

Eerder dit schooljaar mocht ik meewerken aan een door de Provincie geïnitieerd onderzoek. Men wilde weten hoe jongeren dachten over Zeeland; welke kansen ze zagen voor het verbeteren van het leven in ons Land in Zee. ‘Bereikbaarheid’ stond daarbij met afstand bovenaan. En dan heb ik het niet alleen over de Westerscheldetunnel, de bekende kostbare barrière naar ‘de overkant’, die onlangs nog het nieuws haalde met zijn onverwacht hoge winstcijfers. De jongeren gaven aan dat Zeeland best veel te bieden had, qua uitgaan, shoppen, strand en zo. Het ‘was alleen zo lastig om er te komen.’

Thuisnabij
Er zijn studenten die, zo lang ze afhankelijk zijn van openbaar vervoer, er extreem lang over doen om op school te komen, tot zelfs meer dan twee uur enkele reis. Uiteraard doen ze hun uiterste best om zo snel mogelijk ‘iets te regelen’ met medestudenten. Het is niet voor niets dat slechts een klein deel van de Zeeuwen afhankelijk is van de blikken trommels van Connexxion. Er zijn studenten die niet ‘s morgens vroeg in de bakkerij kunnen werken, of ‘s avonds diner kunnen serveren in ons restaurant, simpelweg omdat ze dat qua reistijd niet halen. Bij de terugloop van studentenaantallen is er soms sprake van een concentratie van opleidingen. Bereikbaarheid wordt dan nog belangrijker. Gelukkig is Scalda, door onder meer in te zetten op hybridisering, in staat om juist in deze tijd meer ‘thuisnabij’ onderwijs te realiseren, iets waar overigens ook het vmbo goed op zou kunnen aansluiten.

Zeeuwse context vraagt meer
Het is een van de opvallende kenmerken van onze provincie: een grote geografische spreiding, met veel waterscheidingen, bij een lage bevolkingsdichtheid. Daar kun je al eenvoudig uit afleiden dat bereikbaarheid in Zeeland een groot issue is. Het is in zekere zin niet meer dan logisch op dit thema veel te investeren, meer dan elders, meer ook dan wellicht op het oog bedrijfseconomisch verantwoord is. Een klein maar treffend voorbeeld daarvan is de ‘Fast ferry’ tussen Breskens en Vlissingen. Je kunt je eenvoudig niet permitteren daar uitsluitend met een financiële bril naar te kijken. De psychologische impact ervan op West-Zeeuws-Vlaanderen, zeker op de jongeren die op Walcheren naar school moeten, is groot. In dit geval staan twintig, dertig jongeren op ‘de tienvoorachtboot’ voor een veel groter, principieel belang. Dat mag best wat kosten.

Eigen vervoer?
Voor Scalda als organisatie gaat het om meer dan de bereikbaarheid van zijn locaties voor studenten. Honderden studenten kiezen vanwege de bereikbaarheid niet voor een van onze opleidingen. Uiteraard zijn er andere redenen, maar de factor ‘reistijd’ is in Zeeland onevenredig groot. Voorbij Zierikzee bijvoorbeeld zijn de verbindingen de provincie uit beter dan erbinnen. Iets dergelijks geldt in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen, waar de ‘Truck Academy’ studenten dit jaar zelfs gaat ophalen om ze naar Brabant te brengen. Het is iets om serieus te overwegen: wanneer studenten niet snel genoeg bij ons kunnen komen, gaan we ze halen. Er liggen wellicht mooie kansen in de samenwerking hierin met andere scholen en bijvoorbeeld zorginstellingen. Dat jongeren niet voor Scalda kiezen is op zich niet zo een probleem. Ons provinciaal ‘marktaandeel’ ligt stabiel boven de zeventig procent. Iets anders is het, wanneer ze na hun studie en stage buiten Zeeland ‘blijven hangen’. Dan missen we de voor onze regio zo broodnodige vakmensen.

Do something
Onlangs werd ik opnieuw benaderd voor een onderzoek over dit thema. Er zijn plannen voor nog meer onderzoek. Het gaat om nuttige thema’s ten aanzien van ‘smart mobility’, maar niettemin: het gaat om onderzoek. Iedere bevraagde collega die ik sprak, had dezelfde reactie gehad als ik: het is de hoogste tijd om wat te doen. Van de overleg- en onderzoeksstand gaan we over naar de doestand, naar studentenlijnen, snelbussen, carpool-apps enzovoort. We stoppen met worstelen en gaan, desnoods zelf, vervoeren: luctor et vertura.