Anders leren dan voor een cijfertje

​Het belang van een krachtige leeromgeving
9 juli, 2020

Sam Dieleman is in 2018 overgestapt naar het onderwijs. Met een achtergrond als commercieel techneut en het doel om techniek in Zeeland aantrekkelijk(er) te maken is hij in de wereld van het MBO gestapt. Sam is verbonden aan de elektro opleidingen van Scalda maar is onder andere betrokken als coach bij de opzet en uitvoer van het multidisciplinaire leren en werken in de Crossover omgeving van Techniek, Logistiek en ICT. In gesprek met hem over de verschillende facetten van deze leeromgeving maar ook over zijn eigen rol als coach.

Invulling van de coachrol

Mij gaat het om de omgang met studenten waarbij je meer een gelijkwaardige gesprekspartner wilt zijn dan een sturende partner. Ze zelf laten ontdekken en ze laten werken. Het is vaak situationeel: Er zijn teams in een fase waar weinig sturing nodig is tegenover sommige teams die veel sturing nodig hebben. Vooral in het begin hebben alle projectteams toch best wel wat sturing nodig: in het vertalen van het vraagstuk naar wat kan ik er mee, wat kan ik ervan leren. Dat is iets wat we in de leerofferte van ze vragen. Het individueel coachen op een leerdoel vraagt tijd om de student te leren kennen. Een van de studenten had bijvoorbeeld snel gezien dat er technisch niet zoveel in het vraagstuk zat om van te leren. Dan ga je gesprek en merk je dat deze studenten de ambitie heeft om ooit een eigen zaak te hebben, op het gebied van commerciële skills was er voor hem wel wat te leren. Al snel kom je dan juist op dit terrein uit op het formuleren van een leerdoel waar hij zich voor kan motiveren.  Soms is het coachwerk makkelijker als het vraagstuk en de expertise die ze nodig hebben niet je eigen discipline is. Je vult het dan niet zo snel in voor de studenten zelf en gaat er procesmatiger in zitten zoals het coachwerk ook bedoeld is: sturen op zelfregulering.

Eigen motivatie als coach

Ik was in de premature fase al gevraagd om deel te nemen aan een kartrekkersgroep voor de Crossovers. Het idee van multidisciplinaire projecten was eigenlijk mijn eigen stokpaardje in mijn sollicitatiegesprek. Tijdens dat gesprek kwam ik erachter dat de  directeur dezelfde ideeen had. Toen ik zelf student was op de HZ nam ik deel aan multidisciplinaire projecten tijdens projectweken. Dat waren leuke en leerzame projecten, samenwerken met studenten met andere studierichtingen pasten me goed. Bij mijn verschillende werkgevers heb ik ook gezien dat je er niet om heen kan. Deze pilot paste qua timing: ik voelde me hier al eigenaar van toen het idee werd geïnitieerd.

De kracht zit vooral in het projectmatige stuk: Hoe pak ik een project aan in zo'n korte tijd? Hoe ga ik om met deze uitdaging? Hoe pakken studenten van andere opleidingen dat aan? Het gaat er om dat ze leren om op een gelijkwaardige manier tot een oplossing te komen met ieders creativiteit. En dat laatste is ook wat we willen bereiken in de cross overs. Hierin zie ik wel verschillen tussen MBO en HBO: de mindset op het HBO is om puur bezig te zijn met ontwerp. Mbo’ers willen graag iets bouwen. 

Sturen op het omslagpunt voor multidisciplinaire samenwerking

Je ziet hele verschillende situaties ontstaan bij de studenten. Bij sommige zie je heel snel bewustwording ontstaan: we moeten het samen rooien. Andere teams knippen het werk precies op naar de bijhorende discipline. Iedereen met een eigen taakje aan het werk. Dat is in het begin ook een logische stap maar je kunt nooit een vraagstuk in gelijkmatige delen verdelen. Zo’n team komt op het punt dat 1 discipline meer werk heeft dan de anderen. En dat is het omslagpunt: dat ze zich allemaal realiseren dat ze meer moeten gaan samenwerken. Dankzij het werken met scrum wordt dat inzichtelijk.

Leren zelf een project te beheersen

De projectmanagementsystematiek in de Crossoveromgeving is heel kort cyclisch voor studenten. In de eigen technische opleiding wordt heel veel schematisch al van tevoren aangepakt. Er is een grotere sturing in de projectopzet waarin je makkelijk een planning maakt van tien weken om naar een eindproduct toe te werken. Je kan uitlopen omdat je er te lang over doet en de stappen tussendoor zijn duidelijk. In een innovatieproject waar het einddoel niet duidelijk is moet je continue kijken en scherp zetten: waar werken we naar toe? Het draait om planning op hoofdlijnen, structureren naar taken die daar inzitten. En elke week opnieuw kijken. De aard van de innovatie maakt dat samenwerken op een ander level gecoacht wordt. Studenten werken 1 dagdeel per week aan dit project en daardoor moet het rendement hoog zijn. Scrum leent zich dan heel goed voor het bepalen van de prioriteiten en het make van keuzes maken.

Procesleren: waarde geven aan de ervaring

De klantoplevering met resultaten (review) gaat meestal wel, ook al stappen studenten makkelijk over hun eigen gemaakte ontwerpkeuzes heen. Bij de evaluatie van het samenwerkingsproces (retro) zie je dan de focus bij de technische studenten heel snel gaat naar het product. Ook collegae zijn vaak kritisch over aandacht hebben voor het proces en de relevantie daarvan. Bij een innovatieproject is het nodig om het maximale er uit te halen qua creativiteit, dat er enthousiasme is, dat er nergens een blokkade ligt in het proces. Door hier naar te kijken en er iets mee te doen kom je weer in een productieve flow waardoor je maximale er uit kan halen. 

Ook bij de maakprojecten krijgt het procesleren te weinig aandacht. Aandacht voor leerprocessen, competenties en leermotivatie wordt dan apart bij de studieloopbaanbegeleiding aan de orde gebracht. Daar wordt het dan vaak te abstract met persoonlijke ontwikkelplannen en competenties waarbij de studenten de transfer niet kunnen maken.  Meer focus op procesleren bij projecten zou helpen aan het creëren van authentiek momenten om je als student zelf te ontwikkelen, naast de kennis en handelingen die je leert. Nu ben je vaak afhankelijk van stages hiervoor. Bij groepsprojecten kun je een  time out moment creëren: heb je door wat er gebeurt? Het vergt wel veel observatie en ruimte om dit te coachen. Je geeft waarde aan ervaringen die ze opdoen.

Klantgericht leren denken en handelen

Een moment staat me heel erg bij. Bij het afsluitend event zouden de teams hun eindresultaat pitchen. Ze waren dusdanig gefocust op hun eigen pitch dat ze de opdrachtgever vergaten mee te nemen in de lift. De opdrachtgever was terecht not amused. De pitch zagen ze meer als beoordeling voor hun eigen portfolio dan dat het ook waardevol was voor de klant. Dat zijn momenten waarop je daarna als coach impact kan maken en kan stilstaan bij de dingen waar het dan om draait.

Zo heb ik ook een team gehad waarvan de klant al concessies had gedaan tijdens het proces. Bij het niet kunnen opleveren van een werkende testopstelling vroeg de klant vervolgens naar de reden. Als coach volg je het proces, zie je dingen gebeuren, adviseer je en stel je veel vragen zodat ze zaken oppakken en dan kom je soms voor een ethisch dilemma bij de klantoplevering. De klant pikte de argumenten maar ik als coach eigenlijk niet. Intervenieer je dan op dat moment in het bijzijn van de klant of doe je dat achteraf: dat is zoeken soms naar een balans.  Het was eigenlijk mooi geweest als de klant dit in frage had getrokken. Hij accepteerde het eigenlijk.

Wat ik merk is dat de studenten echt moeten leren om zich verantwoordelijk te voelen voor het voldoen van de wensen van de klant en te zorgen voor een klantoplevering die beloofd is. Ze gebruiken nu redenen als argument die eigenlijk in de realistische situatie ook niet aan de orde zijn. Het verbeteren van de krachtige leeromgeving, de klant die een duidelijke rol pakt net als de coach waardoor ze gaan nadenken zijn elementen die bijdragen aan het creëren van een onschoolse situatie waarin de studenten eigenlijk anders acteren dan leren voor een cijfertje. Ze nemen hun eigen leren in de hand dan.

Continuous Improvement

Het is verfrissend om weer andere opleidingen mee te mogen maken. Er wordt vaak gezegd dat de elektro student geen werktuigbouw student is en dat je deze niet moet samen zetten. Alsof het twee verschillende personen zouden zijn. Dat kun je niet over een kam scheren vind ik. Je merkt wel dat de manier waarop de studenten geschoold zijn, wat ze gewend zijn bepalend is voor hoe ze dingen oppakken. De studenten uit mijn huidig projectteam nemen veel initiatief. Ik probeer als coach er achter te komen of dat een persoonseigenschap is of dat er een omgeving is waarin ze dat hebben geleerd?

We hebben een heel leuk crossover team, er is een positieve vibe.  De kracht zit hem in het willen luisteren en helpen op momenten die zich voordoen, een kartrekkersrol die goed wordt ingevuld, en goed nadenken over organisatie, improvements en het managen van verwachtingen naar studenten en opdrachtgevers. Ik ben heel blij dat er in de tweede ronde al zoveel improvements zijn aangebracht. Ik zie de dingen graag groeien.

De fysieke leeromgeving vind ik een belangrijk onderdeel waar ik nog een flinke verbetering zie om deze krachtig te maken. De sleutel die bijdraagt aan de motivatie van studenten is namelijk het on-schools maken, het creëren van een zo authentiek mogelijke situatie waarin ze zich serieus genomen voelen. Ik zie graag iets groeien en probeer daar onderdeel van te zijn. Het is fantastisch dat er ruimte is om dit te doen. 

In het begin had ik wel moeite met mensen die niet weten wat en waarom we het doen en die al heel snel negatieve opmerkingen maakten. Heel voorzichtig merk je wel een verandering. Ik zit ook in een werkgroep voor het ontwikkelen van een technisch breed portfolio met andere collegae. Die waren in het begin negatief maar langzaamaan beseffen mensen dat we er niet omheen kunnen. Je kunt wel tegen veranderingen blijven aanschoppen maar het gaat toch gebeuren.

Tijd en ruimte om het door te ontwikkelen is essentieel. Er wordt vaak gedacht dat innovatie snel maakbaar is: Na een jaar heb je een formule en dan gaat de kraan met extra uren dicht. Deze ingezette innovatie vraagt om continuous improvement en dan is tijd en geld essentieel. We hebben verdiepingsmomenten tijdens de innovatiedagen en regulier overleg hard nodig.

Het doen van onderzoek voor het vergroten van de impact, het multidisciplinaire leren binnen de opleiding nog een betere plek geven, schaalvergroting realiseren in de opzet zijn zaken om nog op te pakken. Het concept is nog niet volwassen genoeg. 

Co-makership met bedrijven en organisaties

Bedrijven en externe organisaties spelen een belangrijke rol als opdrachtgever in de Crossover omgeving. Een van de werkprincipes is dat er altijd sprake is van een authentiek project met een opdrachtgever die communiceert met het projectteam. Uit de externe wereld komt als het ware de input vandaan om het leren (op het gebied van zowel kennis, vaardigheid als proces skills) vorm te geven. Ook daarin weten we nu beter hoe te acquireren en wat we moeten zeggen tegen de bedrijven na onze eerste pilot. Toch blijft het altijd een beetje van een adhoc gebeuren. Op het  laatste moment hou je toch stress om voldoende vraagstukken op te halen. Het zou fijn zijn als dat meer vanzelf zou gaan, dat bedrijven ons makkelijker kunnen vinden. 

Verder vind ik dat de ideeën niet altijd vanuit het bedrijf of de externe organisatie hoeven te komen. Het kan ook een idee meer vanuit mezelf zijn waarbij ik een gepaste opdrachtgever zoek. We zijn allemaal makers eigenlijk.  We zouden communities kunnen opstarten met thema’s die aanleiding zijn om vraagstukken te definiëren.

Het is een lastige balans: als coach is wat we doen part of the job. Als opdrachtgever heb je maar af te wachten wat je voor resultaat terugkrijgt. We doen er ons best voor dat de tijdsinvestering van de bedrijven – organisaties ook voor hun gaan renderen. Feit is dat zonder deze omgeving en meer van deze omgevingen we namelijk niet in staat zijn om de werknemers van de toekomst te vormen. Dit is echter voor alle betrokkenen een iets langere investering dan op de  korte termijn via een stage opleiden. En soms krijg je er niet direct iets concreets voor terug.

We zijn de Crossover omgeving nog verder aan het ontwikkelen. Je wilt iets maar je hebt nog niet de modus bereikt waar je op zoek naar bent. Dan is het nog lastig om verwachtingen te managen naar de bedrijven en organisaties. Met mijn onderzoek bij opdrachtgevers hoop ik meer opinie op te halen over onze opzet.